Je traint al weken zonder problemen. Dan verhoog je de intensiteit, de afstand of de frequentie — en ineens heb je last van je knie, je achillespees of je lies. Het voelt alsof de blessure uit het niets komt. Maar dat is zelden zo. Wat er gebeurt, is bijna altijd hetzelfde verhaal.
Wat ik veel terugzie in de praktijk is dat blessures ontstaan na een piek in belasting. Iemand die na een rustige periode ineens een reeks voetbalwedstrijden speelt. Of een sporter die in de opbouwfase richting een Hyrox de trainingsbelasting flink opschroeft. De blessure voelt plotseling — maar het systeem was al veel langer aan het compenseren. De belastingpiek was alleen de druppel.
Belasting en belastbaarheid
Elk weefsel in het lichaam heeft een belastbaarheid: de maximale hoeveelheid stress die het kan opvangen voordat het beschadigt of overprikkeld raakt. Zolang de belasting onder die grens blijft, functioneert het weefsel prima. Zodra de belasting de belastbaarheid overstijgt — ook tijdelijk — ontstaat overbelasting.
Belasting is alles wat het weefsel aanspreekt: trainingsvolume, intensiteit, frequentie, maar ook slaaptekort, stress of een verandering in ondergrond of schoeisel. Belastbaarheid wordt bepaald door de kwaliteit en het aanpassingsvermogen van het weefsel zelf.
Het verschil tussen de twee is de marge. En die marge is bij veel mensen kleiner dan ze denken.
Waar compensatie het beeld vertroebelt
Tot zover is het relatief eenvoudig. Maar er is een complicerende factor: compensatie.
Wanneer een structuur in het bewegingssysteem niet optimaal functioneert — onvoldoende beweeglijk, te weinig kracht, verkeerde timing — neemt een andere structuur die taak over. Die compenserende structuur draagt daardoor structureel meer belasting dan waar hij voor is gebouwd.
Dat betekent dat de effectieve belasting op die structuur hoger is dan de geregistreerde trainingsbelasting. Iemand loopt 40 minuten op een redelijk tempo — ogenschijnlijk een normale belasting. Maar als het bekken niet optimaal verschuift en de heupabductoren niet tijdig aanspannen, vangt de tractus iliotibialis of het kniegewricht een disproportioneel groot deel van de schokken op. Voor die structuren is de belasting veel hoger dan de training op papier suggereert.
Capaciteit: wat het systeem als geheel aankan
Naast de belastbaarheid van losse structuren is er de totale capaciteit van het bewegingssysteem. Een systeem dat goed gecoördineerd is — waarbij krachten verdeeld worden over meerdere structuren, rotatie vrij verloopt en de juiste spieren op het juiste moment aanspannen — heeft een hoge capaciteit. Een systeem vol compensatiepatronen heeft een lage capaciteit, omdat een klein aantal structuren het meeste werk doet.
Belastingverhoging is gevaarlijk niet omdat er te veel getraind wordt in absolute zin, maar omdat de toename de capaciteit van het gecompenseerde systeem overstijgt. De zwakste schakel — de structuur die het langst en zwaarst compenseert — bezwijkt als eerste.
Wat dit betekent voor training en herstel
Blessurepreventie is daarom geen kwestie van minder doen. Het is een kwestie van de capaciteit van het bewegingssysteem verhogen — door compensatiepatronen te doorbreken, zwakke schakels te versterken en de belasting eerlijk te verdelen over het hele systeem.
Bij MoveWell wordt dit in kaart gebracht via een loopanalyse. Die laat zien waar het systeem compenseert, welke structuren overbelast worden en waar de capaciteit tekortschiet. Pas als dat inzicht er is, kan belasting verantwoord worden opgebouwd.
Benieuwd waar jouw zwakste schakel zit? Plan een gratis kennismakingsgesprek bij MoveWell.